Sara Alasawda uit Wormerveer kreeg donderdag van burgemeester Hamming de bronzen medaille van de Maatschappij tot Redding van Drenkelingen omdat ze haar 5-jarige buurmeisje uit de sloot redde.
Eerder waren al 5 zulke medailles aan Zaankanters uitgereikt. Het is niet de enige mogelijke onderscheiding voor Zaanse helden. Al sinds 2010 zou Zaanstad haar eigen Heldenpenning hebben – of niet? Ook het Carnegiefonds deelt heldenmedailles uit. Een andere optie is de Erepenning ‘Menslievend Hulpbetoon’, een onderscheiding die alleen al door de naam bijzonder is.
Tot dusver kregen 34 Zaankanters deze bijzondere onderscheiding. Geke van de Kamp van het Gemeentearchief zocht het voor ons uit.
Op 20 augustus 1911, zondagmiddag, om half twee, gaat Engel Piets uit Oostzaan met zijn twee kinderen van 5 en 6 jaar oud een stukje varen in zijn jol. Ze liggen in de schutsluis aan de Overtoom te wachten omdat ze naar het het zijkanaal J willen varen. Maar bij het openen van de sluisdeuren kantelt het bootje door de zuiging van het water, en verdwijnen Piets en zijn twee kinderen onder water. De 46-jarige verkoper Gerrit Kors en Egge Bakker, 19 jaar oud en visserman, twijfelen geen moment en springen te water om Piets en zijn kinderen te redden.
Op 12 oktober schrijven eierenhandelaar Simon de Vries, groentehandelaar Teunis Mantel en caféhouder Jan Stouthandel een brief aan Hare Majesteit de Koningin. Zij vragen haar in hun brief om hun Oostzaanse dorpsgenoten Kors en Bakker te belonen voor het redden van de drie drenkelingen waarbij zij hun eigen leven in gevaar hebben gebracht.
Menslievend Hulpbetoon
Op 12 december 1911 valt het Koninklijk Besluit dat Gerrit Kors en Egge Bakker vanaf die dag de medaille voor Menslievend Hulpbetoon mogen dragen.
Kors en Bakker behoren bij de 34 Zaankanters die tussen 1822 en 1947 een bronzen medaille voor Menslievend Hulpbetoon hebben gekregen. De namen van deze Zaanse inwoners staan in het boek ‘Een bewijs van goedkeuring en tevredenheid: de medailles voor Menslievend Hulpbetoon 1822-2005′ van C.P. Mulder uit 2005. Het boek staat in de bibliotheek van het Gemeentearchief Zaanstad.
(De Orkaan heeft gezocht of er na 2005 nog Zaankanters zijn onderscheiden maar heeft niets kunnen vinden.)
Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Ik had nog nooit van zo’n onderscheiding gehoord terwijl er toch nog steeds mensenlevens gered worden. Welke daden hebben deze Zaanse inwoners verricht om voor een dergelijke onderscheiding in aanmerking te komen?
Zaanse Helden
In het Nationaal Archief te Den Haag liggen de dossiers van de beloonde redders. Ze zijn te vinden in de archieven van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Met een beetje geluk bevinden zich in de dossiers ook de aanbevelingsbrieven, politierapporten en de correspondentie met burgemeesters. Maar in de meeste gevallen werden de bijlagen met daarin de toelichting weer teruggestuurd naar de provincie of burgemeester. Dat maakt het zoeken naar meer informatie over de achtergrond van de redding lastig en tijdrovend.
De omschrijving van de erepenning vermeldt dat het ‘alleen geldt voor vrijwillig getoond moedig gedrag ten gunste van andere mensen onder levensbedreigende omstandigheden’.
Levensbedreigende omstandigheden
Dan rijst de vraag waarom de politieagent S. Schurink uit Zaandam is onderscheiden. Hij wist op 30 september 1921 een op hol geslagen paard tot staan te brengen maar behoort dat niet tot de taken van een agent? Net als J. van der Schaaf, een rijksveldwachter, die op 26 december 1923 een hollend paard met bespanning tot stilstand dwingt op de drukke Stationsstraat te Zaandam.
De omschrijving ‘levensbedreigend’ blijkt nogal eens discutabel. Aan het toekennen van de penning aan de ambachtsscholier Kuijper uit Wormerveer komt heel wat overredingskracht te pas. De commissie twijfelt toch of hij wel echt in levensbedreigende toestand verkeerde toen hij liggend op het ijs een drenkeling uit een wak haalde in de Middenvaart ter hoogte van de stationsbrug in Zaandam. Uiteindelijk heeft hij de penning toch gekregen. Waarschijnlijk omdat de jongen slechts één arm had. Evenals Willem Zwart, de krantenjongen, die ondanks ‘het gemis zijner regterhand’ toch een kind uit het water in Koog aan de Zaan haalde.
Kolkend water
Het wel of niet kunnen zwemmen wordt vaak aangevoerd als argument. Zo schrijft de Commissaris der Koningin van de provincie Noord-Holland, Noell, dat het echtpaar Portengen goed kan zwemmen maar ernstig werd bemoeilijkt door hun kleding, het kolkende water en het aanvankelijk tegenspartelen van mejuffrouw De Ruyter voor wie zij hun leven op het spel hadden gezet. Overigens is mevrouw Portengen-Blauw is de enige vrouw uit de Zaanstreek die is beloond met de medaille voor Menslievend Hulpbetoon.
Ook buiten de Zaanstreek hebben Zaankanters hun leven op het spel gezet. Op 26 juli 1946 hebben de jongens Jacob Weber uit Krommenie en Jan Hendrikus de Groot uit Wormerveer een drenkeling gered die zich te ver in zee had begeven. Dit vond plaats aan het strand bij Schoorl. De uitreiking van de medailles heeft even op zich laten wachten. Jan de Groot was lid van de padvindersclub in Wormerveer en was op de voorgestelde datum erg druk met het trainen voor wedstrijden zo laat de secretaris van de club aan de burgemeester weten. Daarom stuurt de burgemeester uiteindelijk maar een brief op 8 mei 1947 dat vaandrig De Groot de medaille maar gewoon op het stadhuis moet ophalen.
Brievenschrijvers
Wie komt er nu op het idee om iemand te nomineren voor de medaille? Het meest voor de hand liggend zijn de slachtoffers zelf of de directe familieleden maar soms vroeg de redder er ook zelf om.
Op 2 oktober 1908 ontvangt de commissie een brief van de aangeslagen vader Christiaan Mulder uit Zaandam. Hij beschrijft het ongeluk van zijn zoon Abraham Mulder die werkte op de beschuitfabriek Hille aan de Binnenzaan te Zaandam. Abraham wil vanaf een varende boot op de wal springen maar valt in het water en wordt geraakt door de vin van de boot. Abrahams collega, Casparus Jacobus van der Valk, weet de jongen na drie duikpogingen op de kant te krijgen. Maar later overlijdt Abraham aan zijn hoofdverwondingen. Uit de brief blijkt dat van der Valk eerst zelf heeft geschreven naar de ‘Maatschappij tot redding van drenkelingen’ maar daar werd doorverwezen naar de burgemeester en uiteindelijk bij de vader van het slachtoffer terecht kwam om zijn verzoek tot beloning kracht bij te zetten.
Willem Buth, landbouwknecht uit Oostzaan, draagt zijn redder Jan Veen, de viskoopman, voor. Hij is Jan Veen eeuwig dankbaar voor het feit dat hij hem uit het water heeft gehaald met gevaar voor eigen leven.
Drenkelingen, paarden en branden
Uit de voorbeelden blijkt wel dat het niet om spectaculaire reddingsacties gaat. In de meeste gevallen zijn het drenkelingen die uit het water gehaald worden. Of om paarden die op hol geslagen zijn. Daarnaast is de heer Klaver beloond vanwege het feit dat hij een man heeft gered uit de in brand staande houtzaagmolen ‘De Vrede’ (1 juli 1899). En ten slotte de heer ten Wolde voor het redden van twee kinderen uit een brandend perceel (27 april 1913).
Kortom het gaat om relatief kleine reddingsacties die vandaag de dag nog steeds plaats vinden. Het is natuurlijk wel zo dat vroeger lang niet iedereen kon zwemmen en er daardoor ook meer drenkelingen waren. Tegenwoordig kunnen we bij een ongeval gelijk een professionele hulpdienst inschakelen en ik vermoed dat een redding tijdens diensttijd niet valt onder de definitie van Menslievend Hulpbetoon.
Geke van de Kamp
Bibliotheekmedewerkster Gemeentearchief Zaanstad
(Badmeester – en latere verzetsheld – Jan Kuijper uit Wormer kreeg in 1936 een onderscheiding na het redden van drie kinderen. Blijkens een lofgedicht in de het Wormer en Jisper Advertentieblad van 15 mei 1936 zou dat om een Carnegie-onderscheiding zijn gegaan.)
De 34 Zaanse ‘menslievend eerbetoon’-helden:
18-03-1870 | H. Engel Fz. | Westzaan | |
29-11-1874 | M. Groenee, rijksveldwachter | Wormerveer | |
12-11-1892 | D. Boon, besteller | Wormerveer | |
18-12-1894 | J.B.A de Lat | Koog aan de Zaan | |
24-07-1899 | Willem Zwart, courantenbesteller | Zaandam | Red kind uit water bij de Parkstraat en dat terwijl hij rechterhand mist. |
04-10-1899 | A. Klaver, houtzager | Zaandam | redding van een man uit een in brand staande houtzaagmolen “De Vrede” |
30-08-1907 | H.E.K. van der Worp, ambtenaar der belastingen | Zaandam | |
10-12-1908 | Casparus Jacobus van der Valk, beschuitbakker | Zaandam | redding Christiaan Mulder uit de Achterzaan. Later overlijdt Mulder aan verwondingen. |
02-06-1910 | K. Blaauw, bootwerker | Zaandam | |
12-12-1911 | G. Kors, veekoopman | Oostzaan | redden 3 drenkelingen uit het water van de Schutsluis aan den Overtoom |
12-12-1911 | E. Bakker, visser | Oostzaan | “ |
14-06-1913 | A. ten Wolde | Zaandam | redding, tezamen met hun moeder, van 2 kinderen uit brandend perceel |
28-02-1914 | Jan Veen Jz, viskoopman | Oostzaan | drenkeling (Willem Buth) uit water zijkanaal J. |
18-06-1914 | G. Petersen | Koog aan de Zaan | |
19-04-1917 | L.C.N. Langeveld, landstormplichtige van 1914 | Zaandam | |
10-04-1918 | D.J. Bart, postbode | Zaandam | |
16-09-1918 | J. Ebmeijer | Zaandam | |
30-09-1918 | P. Winter, café houder | Zaandam | |
27-12-1921 | S. Schurink, polietagent | Zaandam | biedt hulp op hol geslagen paard |
23-05-1924 | J. Kuijper, ambachtsscholier | Wormerveer | redden drenkeling uit |
23-05-1924 | J. van der Schaaf, rechercheur | Zaandam | biedt hulp op hol geslagen paard |
09-12-1925 | B.P. Karskens, kantoorbediende | Zaandam | |
09-12-1925 | C. Tel, bootwerker | Zaandam | |
14-10-1926 | P. Bruijn, groentenhandelaar | Wormerveer | |
14-10-1926 | J. B. Pilon, schippersknecht | Wormerveer | |
14-10-1926 | J. Schipper | Zaandam | |
31-10-1928 | H. Velthuijs, politieagent | Krommenie | |
31-10-1928 | W. de Gelder, acrobaat in het theater “Amaretti” | Wormerveer | |
22-01-1930 | H. Kramer, fabrieksarbeider | Wormerveer | |
29-10-1930 | G. Bonger, straatmaker | Wormerveer | |
03-11-1939 | M. Portengen geboren Blauw | Zaandam | |
03-11-1939 | J. Portengen, betonvlechter | Zaandam | |
09-01-1947 | J.H. de Groot | Wormerveer | |
09-01-1947 | J. Weber | Krommenie |
Geke, Over ambachtsscholier Jan Kuijper uit Wormer(veer) en z'n Carnegiemedaille: je kunt 't z'n dochter Els Koolman - Kuiper nog vragen, bijv dinsdag a.s.
Aanvulling: Even mn moeder gevraagd.
Jan was 16 toen hij n paar keer onder t ijs dook om de 8 jarige jongen uit Oostzaan onder t ijs te vinden en naar boven te halen. Hij is n kwartier bezig geweest.
Rond 1936 zag hij n sliert meisjes en jongens t Zwet op draaien. Alle 6 zakten ze door t ijs,n paar dochters van Karskens, nog wat meiden en n jongen. De eersten stuurde hij op pad om hulp te halen, 1 kreeg n klap omdat ze in paniek raakte onder water. n Paar families blij.
Een volgende keer zou ie eerst zn schaatsen af doen, vertelde Jan later.
Wat mij in hoge mate interesseert is de vermelding van W. de Gelder, acrobaat aan het theater "Amaretti". In kranten van die tijd staat daarbij vermeld Wormer in plaats van Wormerveer.
Wie weet iets meer over dat theater "Amaretti"?
Ik kan jullie verzekeren dat er meer Zaankanter een dergelijke ere-penning hebben ontvangen. Mijn drie redders bijvoorbeeld. Waren zij er niet geweest, dan had ik hier niet meer gezeten.
Naast de genoemde penningen verleende ook de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen tussen 1801 en 1885 penningen 'voor edelmoedige daden'. Ook hiervan kwamen er diversen bij Zaankanters terecht. Van zowel de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen als van de Maatschappij tot Redding van Drenkelingen zijn de complete verleningslijsten bij mij bekend.
Zou het dan toch waar zijn, dat voor gelijke beloning bij ambtenaren een lagere norm geldt dan voor de doorsnee burger?